Vul een subtitel in

Aanslag op politieman Arie den Breejen (12-5-1944)


Opperwachtmeester Arie den Breejen,veelal in burgerkleding gekleed, rijdt meestal omstreeks zes uur 's avonds vanuit het centrum van Dordrecht op de fiets naar zijn woning aan de Weeskinderendijk.

Zoals gewoonlijk rijdt hij de Dordtse Krispijntunnel uit en dan gaat hij de Vlietweg op. Dan is het nog maar een klein stukje tot hij thuis is van een dag hard werken.

Op die twaalfde mei in 1944, is hij wat later thuis. Er wordt namelijk een aanslag op hem gepleegd. Als hij net uit de Krispijntunnel komt, wijst een jongen (die hem al een tijdje per fiets volgde) naar hem en ineens neemt een ander persoon hem onder vuur. Deze andere jongen lost bij elkaar vijf schoten op de agent.

Den Breejen, een ervaren politieman en schutter springt van zijn fiets en volgt al schietend de twee personen die hem willen ombrengen. Een van de jongens dumpt zijn fiets bij de tunnel en ze laten ook hun pistool achter, een damespistooltje, een zogenaamde "baby Browning".

De twee KP' ers weten te ontkomen, maar zij hebben een groot probleem. Hun signalement is bekend en het is een kwestie van tijd tot dat zij opgespoord zullen worden. De twee KP'ers hebben hun illegale werk maar elders voortgezet. Een van de jongens speelde hierbij een voorname rol bij het oprichten van de Stoottroepen. Een vervelend gevolg van de affaire was dat de oude Dordtse KP ploeg tijdelijk uit elkaar viel.

Volgens verzetsman G.J. de Vries heeft verzetsleider Sytze Beinema een maand voor zijn arrestatie tegen hem gezegd:

"Zeg, Herman (=Evers) moet goed zijn, hij heeft gezegd dat wanneer wij Den Breejen neerschieten, hij veel meer voor ons kan doen."

De Vries:

" Gelukkig mislukte de aanslag op de agent, anders hadden wij een voor Herman (Evers) gevaarlijke getuige uit de weg geruimd."

Verzetsman de Vries vervolgt; "Ik was boos en verontwaardigd over die zwijnerij, om een eigen collega uit de weg te laten ruimen. Ik ben naar het woonhuis van de familie Den Breejen aan de Weeskinderendijk gegaan, en bood mw. Den Breejen mijn excuses aan. Op mijn advies nam zij een advocaat in de arm, mr A.Niessen, die tevens procureur was. Daarna ging ik naar Vught , waar Alfred Rest en Den Breejen bij elkaar gevangen zaten ."

In "Jodenjacht, de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de tweede wereldoorlog" door van Liempt staat het volgende over Den Breejen.

"Samen met zijn twintig jaar jongere collega Harry Evers pakte hij joden en 'jodenbegunstigers' op, haalde hun huizen leeg en gebruikte alle mogelijke middelen om aan informatie over joodse onderduikers en hun helpers te komen. Dreiging met bruut geweld, intimidatie en verduistering van joods geld en goed behoorden tot de dagelijkse praktijk van deze agenten. Na de oorlog werd Den Breejen tot tien, Evers tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld. De laatste, een opportunist en profiteur pur sang, was in 1950 alweer vrij man".

Een ander citaat uit "Jodenjacht" gaat over de aanslag op Arie den Breejen en de reactie van zijn oudste dochter:

"Het was druk en gevaarlijk geweest, hij had er zelfs bijna het leven bij gelaten: in 1944 was hij ternauwernood aan een moordaanslag ontkomen ." Bezorgd schreef zijn oudste dochter op 15 juni 1944 daarover :

Wat heb ik een woede op al die Amerikanen en communisten, schiet ze nu maar allemaal dood hoor. Paps, vind u het fijn dat u een nieuw buro hebt? Wees alstublieft maar voorzichtig hoor, als die Schweinhunden nog eens een keer terugkomen.

Die raad heeft Den Breejen wellicht ter harte genomen. Hij verliet de politie van Dordrecht en trad in september 1944 toe tot de GrĂ¼ne Polizei, de allerlaatste functie in zijn langdurige loopbaan als politieagent. Aldus de schrijvers van "jodenjacht"

Bronnen:

Dag en wachtrapporten gemeentepolitie Dordrecht

"De balans van verzet in en om Dordt" G.J. de Vries

"Jodenjacht, de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de tweede wereldoorlog" door van Liempt e.a. (2011)

Copyright M.Leentvaar (2012)