Vul een subtitel in

Gijs van BemmelenGijs van Bemmelen ( 21-09-1898 - 20-7-1944)


Gijs van Bemmelen was tijdens de Duitse bezetting opperwachtmeester bij de Dordtse gemeentepolitie. In de hal van het hoofdbureau van politie te Dordrecht staat zijn naam op de gedenkplaat voor gevallenen.

In tegenstelling tot de meeste van zijn collega's is van Bemmelen anti-Duits en betrokken bij het verzet.

De opperwachtmeester voorziet onderduikers onder andere van voedselbonnen, dit zal hem uiteindelijk fataal worden. Op maandagmorgen 25 oktober 1943 vindt er een interregionale politieactie in Dordrecht plaats die zijn weerga niet kent. Het is een politieactie die meer dan 24 uur duurt.

Van de zijde van de Dordtse gemeentepolitie heeft rechercheur Arie den Breejen de leiding.

De recherche van de Leidse politie ontving daags voor de actie inlichtingen over onderduikers in Brabant. Samen met hun Haagse collega's die onder andere ook in Dordrecht moeten zijn, gaan zij op pad en dan werken zij stuk voor stuk hun lijsten af. De beruchtste politieagent in het gezelschap is de na de oorlog ter dood veroordeelde C.J. Kaptein, een rechercheur van de Haagse politie die bekend staat om zijn sadisme en fanatisme.

Eenmaal in Dordrecht aangekomen doen de agenten een inval op het Vlak nummer 7 en zij vinden daar inderdaad een jonge Joodse onderduiker: Jaap Bachrach.

Politieman Kaptein verhoort de hoofdbewoonster Cornelia de Jong en wil weten waar de ouders van de jongen ondergedoken zitten. Cornelia is niet van plan om te praten en dan dreigt Kaptein haar met een stofzuigerbuis. Uiteindelijk kan de vrouw niet meer op tegen de verhoormethoden en zij wordt gedwongen de naam te noemen van de leverancier van de bonkaarten, de arbeider Hendrik den Engelsen.

Den Engelsen wordt gearresteerd en ook hij wordt gedwongen om te vertellen wie zijn leverancier van de bonkaarten is.

Nu wordt de naam van de politieman van Bemmelen genoemd als leverancier van bonkaarten.

Rechercheur Kaptein kan de operatie niet meer zonder assistentie van zijn Dordtse collega's af omdat er onverwacht meer arrestaties moeten worden verricht. Kaptein belt rechercheur den Breejen van de Dordtse gemeentepolitie.

Den Breejen geeft twee Dordtse rechercheurs meteen opdracht om hun collega van Bemmelen aan te houden op het politiebureau waar hij wachtdienst heeft, een politiepostje in de wijk Krispijn. Van Bemmelen wordt door zijn collega's overgebracht naar het hoofdbureau van politie.

Eenmaal aangekomen op het Dordtse hoofdbureau van politie aan de Groenmarkt speelt zich een gruwelijk tafereel af. Verschillende politiemannen gaan aan het werk met deze zaak die omvangrijker blijkt dan waar zij op rekenden.

De arrestanten worden op het Dordtse hoofdbureau van politie gemarteld en zij worden zodoende gedwongen om steeds meer informatie prijs te geven.

Een proces verbaal vermeldt; "gezwollen gezichten, bloed in de mond". Er worden als gevolg van deze mishandelingen aan de lopende band arrestaties verricht. De ene onderduiker na de andere wordt aangehouden.

Die dag worden er in Dordrecht nog vele Joodse onderduikers opgepakt waaronder enkele kleine kinderen. Ook worden er nog meer verzetsmensen gearresteerd, Gommair van Eijsden, leider van de distributiedienst, waarvan verzetsman Tims het hoofd was. Van Eijsden stierf, net als van Bemmelen, (aan wie hij bonkaarten voor de groep Beinema leverde) kort voor de bevrijding in een concentratiekamp. Van Bemmelen en van Eijsden en Tims behoorden tot de groep Beinema (LO) en de Zeemanspot. Van Loon schrijft in "Het grote gebod", gedenkboek LO-LKP, dat hun arrestatie is te wijten aan het "doorslaan van gearresteerde joden".

Enkele slachtoffers en hun helpers werden die dag ook beroofd van hun bezittingen door een aantal agenten.

Bij Hendrik den Engelsen nemen politieagenten een geldtrommel met fl1600 mee. Bij de Joodse Jacob van Dam vinden de agenten sieraden en zilver.

Uit een kluis van een van de slachtoffers halen de politiemannen ruim fl8700 baar geld en voor ruim fl4000 aan waardepapieren. Bij de familie van As aan de Vlietweg vinden de agenten ruim twintigduizend gulden in contanten. Een familielid ziet een van de rechercheurs een stapel bankbiljetten in zijn zak steken, toebehorend aan de ondergedoken Joodse familie Gobits.

Van Bemmelen moest als straf voor zijn verzetswerk naar het concentratiekamp Natzweiler in de Elzas. Gijs van Bemmelen stierf te Natzweiler op 20 juli 1944.

Op 16 januari 1996 werd Gijs van Bemmelen door Yad Vashem erkend als helper van joodse onderduikers. Zodoende werd er een boom voor hem geplant ter herinnering. Postuum werd hem het verzetsherdenkingskruis toegekend.

Bronnen:

- "Vogelvrij, de jacht op de joodse onderduiker" Sytze van der zee 2010

-Centraal archief bijzondere rechtspleging, Nationaal archief Den Haag:

http://www.oorlogsmusea.nl/artikel/14406/Monument-Politie-Gevallen-in-het-Verzet.htm

Breejen, Arie den

geb. 2-12-1897 te Bolnes

CABR: PRA Dordrecht alfabetisch inv.nr. 88286

BG Den Haag 4393 inv.nr. 71321

AmbZuiv: inv.nr. 4723

PolZuiv: inv.nr. 1086

Kaptein, C. J,

CABR

PolZuiv

2012 Copyright M.Leentvaar

Toegangsbewijs voor de rechtszaak van de ter dood veroordeelde politieman (rechercheur) Kapteijn. Hij hield op 25 en 26 oktober 1944, samen met zijn Dordtse collega's, op bijzonder wrede wijze huis onder gearresteerde onderduikers en verzetsmensen . Een en ander vond plaats, o.a op het hoofdbureau van politie aan de Groenmarkt, waar de zware folteringen plaatsvonden. (collectie dhr.Hins, kleinzoon van Gommair van Eijsden)

Gijs van Bemmelen