Max van Pelt
Vul een subtitel in

Dossier Max van Pelt

Op de website van de Max van Pelt Stichting staat het verhaal van Max van Pelt uitgebreider beschreven.

http://max-van-pelt-stichting.webnode.nl/portfolio/

Max van Pelt


Evers en van Pelt

Max van Pelt zat een half jaar zonder aanklacht of verhoor gevangen omdat hij jodenjager en SD agent Harry Evers wilde laten berechten. Hij werd onderscheiden met het verzetsherdenkingskruis

"Persoonlijk heb ik meermalen mijn leven aan Harry Evers te danken gehad en ik zou dagelijks God op mijn blote knieen moeten danken dat Hij ons Harry Evers gegeven heeft".

Woorden van Kors van Loon, schrijver van het boek "Verzet in en om Dordrecht ".

Kort na de bevrijding verschijnt in Dordrecht een pamflet van de illegale werker, Max van Pelt, schuilnaam 'Maarten op de Staart', leider van de ondergrondse beweging, de 17de divisie, met de volgende inhoud:

TOT HIERTOE EN NIET VERDER

De vroegere moffenknecht-jodenvervolger Harry Evers, Herradestraat 40 te Dordrecht (adres mei 1945), verschuilt zich met grote brutaliteit en geheel ten onrechte achter mijn naam. Het heet dat hij indertijd op mijn bevel dienst zou hebben genomen bij de zogenaamde Politieke Politie te Dordrecht. Niets is evenwel minder waar.

Maar steunend op dit leugenachtig verzinsel, wist genoemde collaborateur er bij verassing zelfs in te slagen zich schoon te praten.

Echter, ik wil onder geen enkele voorwaarde tot zulk eerherstel bijdragen, en daarom ter voorkoming van vergissingen, voorlopig deze ene brief...

Het pamflet sloeg in als een bom. Evers had als zijn verdediging aangevoerd dat hij op bevel van Max van Pelt bij de Politieke Politie was gegaan. Harry Evers, die de Dordtenaren in de bezettingsjaren als een meedogenloze jodenhaler en een onvermoeibare jager op onderduikers hadden leren kennen, liep na de bevrijding vrij rond en bleek door de zelfverklaarde grootheden van het verzet, Kors van Loon, Piet Kooiman en Gerard van Twist liefdevol in hun midden te zijn opgenomen. Evers kreeg op hun voorspraak de hoogste functie o.a. bij het BNV (nu AIVD) en de Politieke Opsporingsdienst te Dordrecht. Hij begon met hetzelfde enthousiasme als waarmee hij tijdens de bezetting Joden en onderduikers oppakte verdachte Dordtenaren, waaronder zijn gewezen collega's van de Politieke Politie, Arie den Breejen, Herman Wolsink en Johann Vink te arresteren.

Zonder pardon, vaak op vage vermoedens stroomde de Benthien-kazerne aan de Buitenwalenvest en het Huis van Bewaring aan de Doelstraat vol met schuldige en onschuldige Dordtenaren. Verzetlieden van het laatste uur, die zich in september 1944 hadden aangesloten bij de Binnenlandse Strijdkrachten brachten het bonafide verzet vaak in diskrediet door met hun stenguns door de Dordtse straten te paraderen en het met het nodige geweld ophalen van echte of vermeende landverraders. Tevens traden zij op als bewakers in de Benthienkazerne.

Ook een aantal verzetsmensen die iets tegen Evers hadden werden opgepakt. De schrijver van het pamflet, de meermaals gedecoreerde oorlogs en verzetsheld Max van Pelt werd beschuldigd een Duitse zender in bezit te hebben. Ook hij werd slachtoffer van de arrestatiedrift van Evers en de "verzetsleiding".

Toen bij een inval in zijn ouderlijk huis aan de IJsselstraat 12 bleek dat van Pelt niet thuis was, werden zijn ouders geïntimideerd en zijn vader ernstig mishandeld. Zonder enige vorm van proces werd van Pelt gearresteerd en overgebracht naar Fort Blauwkapel en vervolgens naar de Scheveningse strafgevangenis waar hij temidden van SD-ers en andere oorlogsmisdadigers een half jaar geïnterneerd zat. Ook Piet van Vught en andere kameraden werden gearresteerd. De Engelse geheime dienst wilde hen meteen vrijlaten, maar de Dordtse autoriteiten hielden dit meer dan een half jaar tegen. Zonder enige verklaring werd hij vrijgelaten.

Een Joods lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, Simon Levisson werd gearresteerd omdat hij in een brief aan zijn commandant een aanklacht tegen Evers had ingediend. Evers was zijn ouders komen vertellen dat zij zich gereed moesten maken om te worden weggevoerd. Op 12 november 1942 kwamen Evers en de beruchte N.S.B. baas van de Politieke Politie Lukassen met een ziekenauto naar de Elfhuizen waar het hoogbejaarde en ziekelijke echtpaar woonde om deze mensen mee te nemen. Simon's vrouw vroeg aan Evers of hij het niet verschrikkelijk vond om zulke mensen mee te nemen. "Tja, ik ben er ook maar voor aangewezen" was Evers antwoord.

In juli 1945 werd Simon Levisson door Evers op zijn kantoor van de P.O.D. ontboden om er ontwapend en gearresteerd te worden. Hij werd in eerste instantie in de Benthienkazerne opgesloten en later overgebracht naar het Huis van Bewaring in de Doelstraat. Zonder ook maar te zijn verhoord werd hij na zestien dagen vrijgelaten.

Werwolf agenten In Dordrecht

Tot nu toe was het een groot mysterie uit het boek van Kors van Loon. Het Dordtse "verzetsboek" dat rept over de mysterieuze Weerwolf operatie. De afloop van dit intrigerende spionageverhaal was van Loon niet bekend.

In Dordrecht was de Duitse "Weerwolf" stay-behind organisatie actief, echter door verzetsman van Pelt geinfiltreerd. Dit alles geschiedde met instemming van Pieter Leendert Kooiman, districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Weerwolven opereerden slechts in groepen van 3 a 4 personen. Zij zouden via hun eigen zenders instructies ontvangen of door middel van stay-behind agenten.

Hun opdracht was zoveel mogelijk leden van de bezettende geallieerde macht te vermoorden en in de door de geallieerden bezette gebieden, gebouwen op te blazen. Leden van de weerwolf zouden veelal zijn aangeworven uit de kringen van de Gestapo, SD en SS.

Harry Evers en Tom De Burger

Volgens het boek van Kors van Loon kwam er in maart 1945 ene Tom De Burger uit Amsterdam aan het hoofdbureau van politie aan de Groenmarkt in Dordrecht. Hij werd door oorlogsmisdadiger Harry Evers, op dat moment adjudant-korpschef, ontvangen. De Duitse geheim agent en "Funker", De Burger vroeg Evers om lid te worden van de Weerwolforganisatie. Evers wist dat hij op de nominatie stond om te worden geliquideerd door enkele wraaklustige verzetsstrijders en bracht De Burger in contact met van Pelt. Van Pelt nam onmiddelijk contact op met de leiding van de Dordtse illegaliteit en infiltreerde de operatie. Aanvankelijk wist Van Pelt niet dat Evers (als SD agent) al langer met Kooiman samenwerkte.

Van Pelt had "absolute geheimhouding" als voorwaarde gesteld voor samenwerking met Kooiman. Kooiman brak zijn belofte van geheimhouding en stuurde Bob Seyn (ID-BS) en later enige anderen naar van Pelt om de zender te bezichtigen. Aangezien er door het breken van de belofte een onaanvaardbaar hoog veiligheidsrisico was ontstaan voor van Pelt, besloot deze alleen nog maar verslag uit te brengen aan de hoogste autoriteiten o.a. de Nederlandse en geallieerde inlichtingendiensten. Onder andere bij het bureau nationale veiligheid (AIVD) legde van Pelt zijn verklaring af.

Hier volgt een uittreksel van een van zijn verklaringen aan de Engelse geheime dienst, de Field Security.

Dienststelle Marine Abwehr Kommando 60

"In maart 1945 kwam van Pelt in contact met de Duitse geheime dienst. Hij werd door de Duitse dienst naar Amsterdam gebracht en kreeg daar een w/t (zend/ontvangst) training van 3 weken in morse zenden en coderen/decoderen bij de Dienststelle van het Marine Abwehr Kommando (MAK60 of M60) aan de Paulus Potterstraat in Amsterdam. De Dienststelle was gevestigd in een pand dat had toebehoord aan een joodse bankier.

Toen kreeg hij opdracht:

a. In Nederland te blijven en als er weer stroom zou zijn contact te zoeken met zijn zender op de voorgeschreven golflengten;

b. Na een half jaar of een jaar door middel van zijn oom (?)

een baantje als verkoper te zoeken, waarop hij een permit zou krijgen om naar Duitsland te reizen. Daar moest hij contact opnemen met zijn opdrachtgevers in een dorpje ten oosten van Stuttgart en Rana ten zuiden van Berlijn of met een contactpersoon woonachtig te Meppen bij Coevorden.

c. Contact te zoeken met pro-Duitse elementen in Nederland en deze mensen zover te zien krijgen, dat ze inlichtingen verstrekten over allerlei toestanden in Nederland. Wanneer de groep van inlichtingen verstrekkende mensen groot genoeg zou zijn, moest hij zich wenden tot een contactpersoon, hem zijn zendapparaat overhandigen en vanaf dat moment alle inlichtingen, die hij zelf kon verzamelen, aan hem doorgeven ter uitzending.

In Amsterdam werd Van Pelt voorgesteld aan de Dienststelle leider van het Marine Abwehr kommando, Kapt.Lt.Rahm(?) In een gesprek met hem, kwam hij het volgende te weten: ...(?) was de bevelhebber over deze weerwolforganisatie in het westen en ontving toen zijn orders rechtstreeks van het hoofdkwartier.

Leiding Binnenlandse Strijdkrachten

Ondanks dat van Pelt met toestemming van Kooiman (Paul) bij de Duitse geheime dienst infiltreerde, werd hij kort na de bevrijding gearresteerd. Aan de PRA legde hij de volgende verklaring af, die werd bevestigd door Piet Kooiman (Paul) en zijn medewerkers.

"Ik werd op 13 mei 1945 door Verspuij gearresteerd en deze deelde mij mee, dat mijn gevangenhouding zou voortduren indien ik hem de mij in bezit zijnde zender niet wilde afstaan. Verspuij deed een en ander in samenwerking met de heren Van Ham, Meeldijk en Harry Evers (allen BS'ers). Daar ik voelde dat de genoemde heren met andermans veren wilden pronken en ik aan hun eerlijkheid ernstig twijfelde , heb ik er in toegestemd de zender aan hen uit te leveren. Ik voelde mij ten zeerste door Pieter Leendert Kooiman (Paul) bedrogen. Gedurende het betrokken onderhoud met Verspuij, Van Ham en Meeldijk, was Evers buiten mijn weten in een kast verborgen, waardoor hij al wat besproken werd, kon aanhoren".

"Soldaat van Oranje"

Kort na de bevrijding kreeg van Pelt toestemming van het Militair Gezag om af te reizen naar Breda en Apeldoorn om daar verslag te doen bij de Nederlandse geheime dienst van zijn infiltratie in de weerwolforganisatie. Hij sprak er met overste Derksema, die de zaak zeer belangrijk vond, maar Van Pelt adviseerde de zaak nog even te laten rusten. Via Erik Hazelhof-Roelfzema, "de soldaat van oranje" kwam hij in contact met kapitein van Buuren en kolonel Gerritsen van de Nederlandse geheime dienst. Zij hebben de zaak toen verder overgenomen.

In verband met de staatsveiligheid en de wet inlichtingen en veiligheidsdiensten worden namen van betrokkenen niet vrijgegeven. Waar mogelijk hebben wij enkele namen zelf toegevoegd.

Pieter Leendert Kooiman en Kors van Loon

In de stukken van het CABR en de AIVD is te lezen dat de groep rond P.L.Kooiman en K.van Loon Max van Pelt opzettelijk vals beschuldigden van spionage voor de Duitsers. Dit terwijl hij er met hun instemming infiltreerde. Om die reden had hij een zender in huis en dit werd later tegen hem gebruikt. Dit bracht hem in levensgevaar.
Van Pelt liep de verzetsleiding in de weg omdat hij een door hen beschermde oorlogsmisdadiger voor de rechter wilde brengen

Door deze valse beschuldiging werd zijn oude vader zwaar mishandeld door de Engelse geheime dienst. Diezelfde geheime dienst zag al snel dat deze zaak niet klopte en zij wilden van Pelt en zijn vrienden meteen vrijlaten, tevergeefs. Van Pelt werd meer dan een half jaar zonder aanklacht of verhoor vastgehouden in een gevangenis vol oorlogsmisdadigers en collaborateurs.
Ook werd hij door de groep Kooiman en van Loon uit de gereformeerde Wilheminakerk aan de Blekersdijk te Dordrecht valselijk beschuldigd van opruiing en financiele malversaties. Dit alles om de SD agent Harry Evers uit de wind te houden.

Van Pelt kon alle inkomsten en uitgaven tot op de laatste cent verantwoorden. Ondertussen was Max zwaar getekend door de ontberingen en vernederingen die hij als verzetsman moest doorstaan tijdens zijn onterechte detentie.
Deze voortdurende valse beschuldigingen achtervolgden hem tot zijn dood. Dit alles ondanks vrijspraak en decoratie met het verzetsherdenkingskruis in 1984. Toen zijn weduwe zijn archief aan het door Kooiman opgerichte museum 1940-1945 wilde schenken werd dit geweigerd.

Van Pelt in gevaar gebracht.

In de stukken in het Nationaal Archief is te lezen dat de groep rond P.L.Kooiman en K.van Loon uit de gereformeerde Wilhelminakerk van Pelt opzettelijk vals beschuldigden van spionage voor de Duitsers. Dit terwijl hij er met hun instemming infiltreerde. Om die reden had hij een zender in huis en dit werd later tegen hem gebruikt. Dit bracht hem in levensgevaar.

Van Pelt liep de verzetsleiding in de weg omdat hij een door hen beschermde oorlogsmisdadiger voor de rechter wilde brengen.

Door deze valse beschuldiging werd zijn oude vader zwaar mishandeld door de Engelse geheime dienst. Diezelfde geheime dienst zag al snel dat deze zaak niet klopte en zij wilden van Pelt en zijn vrienden meteen vrijlaten, tevergeefs. Van Pelt werd meer dan een half jaar zonder aanklacht of verhoor vastgehouden in een gevangenis vol oorlogsmisdadigers en collaborateurs.

Ook werd hij door de groep Kooiman en van Loon valselijk beschuldigd van opruiing en financiele malversaties. Dit alles om de SD agent Harry Evers uit de wind te houden (zie collaboratie).

Van Pelt kon alle inkomsten en uitgaven tot op de laatste cent verantwoorden. Ondertussen was Max zwaar getekend door de ontberingen en vernederingen die hij als verzetsman moest doorstaan tijdens zijn onterechte detentie.

Deze voortdurende valse beschuldigingen achtervolgden hem tot zijn dood. Dit alles ondanks vrijspraak en decoratie met het verzetsherdenkingskruis in 1984. Toen zijn weduwe zijn archief aan het door Kooiman opgerichte museum 1940-1945 wilde schenken werd dit geweigerd.


Strafdossier Max van Pelt (CABR)

Dossier Max van Pelt (M.Leentvaar)

AIVD dossier Max van Pelt


Sergeant-Majoor Max van Pelt als instructeur bij het Korps Commandotroepen.

Uit Abw 13-R-Netz-agenten van FAK 60 M Door Frans Kluiters en Etienne Verhoeyen.

Het is tijd terug te komen op Max van Pelt die in 1945 via Den Burger een opleiding als R-Netz-agent kreeg.In het najaar van 1940 kreeg Max van majoor E.J. Bruins uit Breda opdracht in Dordrecht een orde-dienst op te richten om bij het eventuele terugtrekken van het Duitse leger de Moerdijkbrug te kunnen behoeden voor vernieling. Bruins, Van Pelt en een dikke veertig anderen werden eind maart 1941 gearresteerd op verdenking van illegale activiteiten, maar er kon kennelijk weinig worden bewezen: Van Pelt werd in september 1941 vrijgelaten. Hij ging weer samenwerken met Bruins die half oktober 1941 was vrijgelaten. Dat hield op in maart 1942, omdat volgens Van Pelt Bruins en andere officieren toen in krijgsgevangenschap werden afgevoerd.

In het kader van het vergaren van gegevens over de Duitsers zocht Van Pelt contact met H.M. Evers, een politieagent. Tegenover Evers noemde Van Pelt zijn organisatie de 17eDivisie, feitelijk een niet bestaande groep.Harry Evers was op negenjarige leeftijd met zijn grootouders vanuit Tilburg naar Antwerpen verhuisd. Daar werd hij lid van een Vlaamse studentenvereniging, een organisatie met het motto AVV-VVK (Alles voor Vlaanderen-Vlaanderen voor Kristus). Kort voor het uitbreken van de oorlog kwam hij tijdens zijn militaire dienst in Nederland in contact met een luitenant van de 'militaire geheime dienst' (bedoeld zal zijn GS III) over een door hem doorgegeven spionagegeval in Noord-Brabant. Naar eigen zeggen had hij toen aspiraties om bij die dienst te komen. De bezetting maakte daar een einde aan. Wellicht daarom werd hij in augustus 1940 agent van politie in Dordrecht. In september 1942 nam hij dienst bij de Politieke Politie. In oktober 1942 werd hij als lid van de Politieke Politie ter beschikking gesteld van de Sicherheitsdienst. Hij ging de Dordtse illegaliteit vanaf juni 1944 gegevens verschaffen over bijvoorbeeld dreigende arrestaties.

Toen Den Burger Evers in maart 1945 aansprak voor het vinden van een woning, stuurde Evers hem door naar Van Pelt. Op die manier kon Den Burger in de gaten worden gehouden en zou men hem na de bevrij-ding onmiddellijk kunnen arresteren. Van Pelt deed zich pro-Duits voor, wist Den Burgers vertrouwen te winnen en toonde veel belangstelling voor diens werken apparatuur. Zoals we al schreven was het resultaat daarvan dat Weisheit Van Pelt rekruteerde als aspirant-R-Netz-agent. Al op 27 maart en de twee daarop volgende dagen kreeg hij nog in Dordrecht van Würstles in de eerste beginselen van de seinkunst. Evers kreeg in die dagen les in het gebruik van codes, omdat hij het seinen al enigszins meester was: in dienst had hij naar eigen zeggen een opleiding als seiner gehad. Evers werd verder niet meer ingeschakeld, maar Van Pelt wel.

Op 30 maart werd hij met Würst per auto naar Amsterdam gebracht. Daar kreeg hij ongeveer drie weken seinles en zoals al gemeld lukte het hem draadloos contact met Den Burgerte maken. Op 22 april werd hij door Weisheit, Würst en twee andere Duitsers met een wisselspanning-zendontvanger naar Dordrecht teruggebracht; hij had ook 10.000 gulden meegekregen. Volgens Evers had de zender van Den Burger de codenaam Babyen die van Van Pelt de naam Baron. Van Pelt had zich in het verleden wel eens voor de grap als baron voorgedaan. In de illegaliteit gebruikte Van Pelt het alias Max de Vries. Het zendapparaat kon niet werken, omdat de netspanning was afgesloten. Dat scheen niet erg te zijn; van Weisheit had hij de opdracht gekregen heel voorzichtig te zijn en desnoods een jaar of langer te wachten met draadloos contact te zoeken. Als dat niet zou lukken, moest hij Den Burger opzoeken; het adres had hij. Onbekend is of Weisheit werkelijk de periode van een jaar noemde -Van Pelt had af en toe de neiging zaken een fractie anders voor te stellen maar de indruk die andere R-Netz-agenten gaven was er een van onmiddellijke activiteit na de 'bezetting'.

Na de bevrijding wilde Van Pelt de zendontvanger gaan gebruiken voor een berichtendienst, maar omdat hij zich niet onder het commando van de Binnenlandse Strijdkrachten wilde stellen mislukte dit alles. Kooiman, die districtscommandant van die Strijdkrachten was geworden, omschreef Van Pelt als een grote fantast. Dat was een te zwaar aangezette kwalificatie, maar al met al voor Kooiman reden genoeg om te proberen de zendontvanger voor de Strijdkrachten in handen te krijgen; dat lukte op 13 mei. Het apparaat kwam overigens daarna bij deField Security terecht. Evers ging zich na de bevrijding bezighouden met het opsporen van R-Netz-agenten en V-mannen. Ter rechtvaardiging van zijn functioneren binnen de Politieke Politie vertelde Evers dat hij daar op uitdrukkelijk verzoek van Van Pelt terecht was gekomen; iets dat Van Pelt altijd categorisch is blijven ontkennen.

Van Pelt verspreidde een pamflet om zijn naam te zuiveren, maar het resultaat was dat hij omstreeks 25 juli 1945 werd gearresteerd en ondervraagd over zijn activiteiten. Het Bureau Nationale Veiligheid liet hem op 26 januari 1946 vrij. De zaak werd in de pers breed uitgemeten en er kwam zelfs een onderzoekscommissie aan te pas. Op 30 januari 1947 werd besloten tot Van Pelts onvoorwaardelijke buitenvervolgingstelling en op 6 juni 1952 besliste de Arrondis-sementsrechtbank in Breda dat Van Pelt recht had op een schadeloosstelling van 500 gulden in verband met het feit dat hij ten onrechte aangemerkt is geweest als politiek delinquent.

Met Evers liep het anders af. Hoogstwaarschijnlijk vanwege zijn kennis van het Duitse spionage-apparaat was Evers in augustus 1945 bij het Bureau Nationale Veiligheid in dienst gekomen; door alle commotie kreeg hij daar overigens in januari 1946 ontslag aangezegd. Later dat jaar was hij van mening dat dit bureau niets met zijn gegevens deed. Daar kan met reden aan worden getwijfeld. Het is eerder zo geweest dat het Bureau niets met zijn gegevens kòn doen, gezien het feit dat de door Evers verstrekte gegevens vaak slechts een kern van waarheid bevatten. Hij claimde persoonlijk twee zenders in beslag te hebben genomen, een bij Beezhold in Dordrecht en de andere in Essen. Die van Beezhold kennen we: hij werd beschreven onderVan Woerkom 'Nogmaals Straater en Strauch'. Volgens Evers had Den Burger zich een adres laten ontvallen in Dordrecht op de Toulonschelaan. Dat zal dan na Den Burgers arrestatie op 7 juni zijn gebeurd, omdat Evers ongeveer drie weken na de bevrijding een inval deed op dit adres. Hij trof er Beezhold aan die aanvankelijk alles ontkende, maar tijdens de ondervraging door Evers toch door de mand viel. Huiszoeking leverde vervolgens ook een zendontvanger op. Beezhold werd met het apparaat overge-dragen aan 330 Field Security CI ReserveDetachment. Hij gaf tijdens een verhoor het adres van ene Diks, maar Evers verschafte daar geen verdere informatie over. De zender in Essen omschreef Evers jammer genoeg ook niet nader, maar daar komen we nog op terug. Verder zou hij de Field Security aanwijzingen hebben verstrekt die zouden hebben geleid tot de opsporing en inbeslagname van twee zenders in Zwolle, drie zenders in Apeldoorn en een zender in een klein plaatsje nabij Arnhem. We weten daar verder niets van.

Volgens Evers kwam na 22 september 1944 een beruchte Gestapo-Hauptmann in Dordrecht: een Hauptmann van de Sonderstab OKW die zich uitgaf voor Doktor Cornelius of Doktor Drachus, Van Vloten of Van Dalen. We moeten hierin Hauptmann Doktor Drögsler van FAT 365 herkennen, maar het is slordig hem van de Gestapo èn van de Sonderstab OKW te laten zijn. Vanuit de Meldekopf Amsterdam arriveerde hij eind september, begin oktober in Dordrecht om daar een Meldekopf op te richten. Evers vertelde dat Drögsler er prat op ging in de Sovjet-Unie persoonlijk een neef van de Amerikaanse president Roosevelt te hebben neergeschoten. Volgens Evers had Drögsler beweerd dat de Britse geheime dienst een beloning van 20.000 dollar had uitgeloofd voor zijn hoofd. Een V-man van Drögsler vertelde dat zijn chef een psychopaat was die teveel dronk. Als Drögslers bewering op waarheid berustte, was er inderdaad reden in die tijd veel te drinken.

Via Drögsler was Evers in zijn functie als politieliaison in contact gekomen met V-mannen van de Meldekopf. De belangrijkste daarvan was Louis De Costeralias Ludwig (Luc) De Bakkeralias Emile De Bakker alias Guus. In dienst van de Waffen-SS was hij omstreeks februari 1942 zwaar gewond geraakt. Na meerdere malen aan het Oostfront -hij werd er SS-Rottenführer -gekwetst te zijn geraakt werd hij in 1943 afgekeurd. Eind 1943 kreeg hij een baantje als dienstleider bij het Nationaal Instituut voor Radio-omroep (Zender Brussel). In september 1944 trok hij met het Duitse leger voor de geallieerden uit naar het noorden en was omstreeks ok-tober via Gefreiter W.J. Bodensvan FAT 36535 bij Drögsler in Dordrecht terechtgekomen. Zijn taak omschreef hij als 'de verbindingswegen naar den vijand op te sporen, de illegale beweging uit te roeien en Duitsche deserteurs op te sporen.' Hij moest ook plaatsen verkennen die geschikt waren om linecrossers naar het bevrijde deel van Nederland en naar België te sluizen.Hij kreeg later hulp van twee Dordtse jongens, Jaap Verschoor alias Pepi en Jackie Proper alias Paul alias Sauber.

Omdat iemand Proper had beledigd door hem te wijzen op zijn landverradelijke activiteiten, moest die persoon eens goed bang worden gemaakt. De Coster en de Dordtse V-mannen, alledrie gewapend, probeerden dat te doen door nadat de deur voor hun neus in het slot was gesmeten een aantal kogels door die voordeur te jagen. Een zich in het schootsveld bevindende vrouw verloor hierdoor het leven. Allen ontkenden te hebben geschoten, maar de meest waarschijnlijke dader is De Coster gebleken. Aangezien bekend raakte wie de verantwoordelijken waren, moest Drögsler hen de stad uitsturen. Rond 21 december 1944 kwamen ze in Utrecht aan en werden na Kerstmis toegevoegd aan Kossmann, commandant van Meldekopf Amsterdam. Daar werden ze gerekruteerd als linecrosser, waarover onder Gruppe III, linecrossers en het R-Netz' Meldekopf Amsterdam' meer zal worden verteld.

Omstreeks februari 1945 werd De Coster toegevoegd aan Meldekopf Rotterdam, waar hij, zoals vermeld onder Gruppe III, linecrossers en het R-Netz'Boegheim', twee verkenningsreizen maakte met Rouwendaljunior. Daarna vertrok hij naar Utrecht. Enkele dagen voor de Duitse capitulatie vestigde De Coster zich weer in Dordrecht. Daar kon hij op aanwijzing van Evers op 7 mei 1945 worden gearresteerd; hij deed zich toen voor als een schipper wiens schip door de Duitsers was gevorderd. Die smoes kon worden doorgeprikt en volgens Evers vertelde De Coster over een verborgen zender ten behoeve van de Weerwolf-organisatie. Ook vermeldde hij de kenwoorden om met de daarbij betrokkenen in contact te komen. Dit zal de eerdergenoemde zender in Essen zijn geweest. Evers vergezelde De Coster ook naar Rotterdam, waar op diens aanwijzing tevens Rouwendal kon worden gearresteerd. De Coster zelf wist omstreeks half juli te ontsnappen en verdween naar Antwerpen. Hij werd er op 6 augustus gearresteerd en op 17 juni 1946 tot levenslange hechtenis veroor-deeld.

Drögsler had in Dordrecht nog een andere V-man in dienst, C.J.A.M Vermeeren alias Charlie Looze, die volgens De Coster als tolk optrad en Drögslers correspondentie verzorgde: allemaal heel onschuldig dus. Vermeeren, die in Roozendaal enige tijd journalist was geweest bij het weekblad De Groene Roozendaler, ver-meldden we al onder Van Woerkom' Strauchs vissersvloot' in samenhang met door B. Joppe gepleegd verraad. Vermeeren maakte de capitulatie mee in Alkmaar.Evers vertelde op uitnodiging van Drögsler in Driebergen Kiesewetteralias Bonofacius, Leutnant Kis-keralias Kardinal, Leutnant Wolffen Kossmannte hebben ontmoet. Er werd toen gesproken over naoorlogse activiteiten en over de Weerwolf-organisatie.

Het lijkt er echter alleszins op dat in werkelijkheid hooguit is ge-sproken over R-Netz-agenten met een inlichtingentaak. Kort na de oorlog was de Weerwolf een intrigerend on-derwerp van gesprek en meer dan dat is het in Nederland ook niet geworden. Dat in tegenstelling tot in Duits-land, waar wel degelijk Werwolf-activiteiten zijn ontplooid. Evers' laatste ontmoeting met Drögsler vond plaats in maart 1945 te Utrecht, waarbij Drögsler vertelde op bevel uit Berlijn naar het front in Hongarije te moe-ten gaan.Omdat Evers in zijn functie bij de Politieke Politie iets te gedegen had gewerkt, werd hij uiteindelijk op 24 maart 1950 veroordeeld tot drie jaar en zes maanden. In verband met die strafmaat was hij twee weken daar-voor al vrijgelaten.

Adressen:

Dordrecht:
Herradesstraat 40: H.M. Evers (2 mei 1942-)
IJsselstraat 12: M. van Pelt; A.J. den Burger (1945)
Merwedekade 4: J. Franzen; postadres van Pheiffer voor M. Aubert
Schotelstraat 9: L. De Coster
Singel 194: Hauptmann Drögsler
Toulonschelaan 34: P.H. Beezhold