Vul een subtitel in

Max van Pelt

Dordrecht, 30-10-1967

Aan de directie van het rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie Herengracht 474 Amsterdam

Mijne heren,

Bij dezen doe ik u het boek "Verzet in en om Dordt" toekomen, omdat mij gebleken was, tijdens het onderhoud met dhr. Ed.H.Groeneweg op 8 augustus 1966, dat dit boek niet in uw bibliotheek aanwezig was, en ik om een juist beeld van de werkelijke geschiedenis te geven enige correcties op de inhoud van het boek wilde geven.

In zijn voorwoord deelde dhr. K.van Loon namelijk mede: "Ook zijn niet allen, van wie ik dit mocht verwachten, zo bereidwillig geweest mij van gegevens te voorzien."

De oorzaak van dit niet mee willen werken was de ongemotiveerde rehabilitatie van een SD-agent, waarmee dhr.K.van Loon sedert 16 juni 1944 mee in verbinding stond.

Men deelde mede dat deze persoon op verzoek van de illegale werker M.van Pelt lid was geworden van de politieke politie, nadat de heer van Pelt door middel van een pamflet medegedeeld had, dat dit niet juist was, werd de heer van Pelt gearresteerd en in Fort Blauwkapel opgesloten.

Schrijver dezes heeft o.a. het boek d.m.v. een ingezonden stuk in de plaatselijke pers aangevallen, waarvan de strekking was, dat hem de opvoedkundige waarde niet erg duidelijk was, omdat dhr. K.van loon in het begin van zijn boek een hoofdstuk schreef over over de grondlegger van het verzet, de heer S.R. Beinema, terwijl de heer van Loon op blz. 193 de SD-agent "Herman" rehabiliteerde, die op 18 april 1944 actief meegeholpen had, om de heer Beinema te arresteren.

Tevens doe ik u, als inleiding een fotocopy toekomen van een brief van de heer van Loon omtrent de onjuistheden van zijn boek op blz. 19 en 20.

In de hoop, dat mijn werk bij kan dragen voor een juiste geschiedenisbeschrijving teken ik.

Hoogachtend,

G.J. de Vries

Evers en van Pelt

Max van Pelt zat een half jaar zonder aanklacht of verhoor gevangen omdat hij Evers wilde laten berechten. Hij werd onderscheiden met het verzetsherdenkingskrui

"Persoonlijk heb ik meermalen mijn leven aan Harry Evers te danken gehad en ik zou dagelijks God op mijn blote knieen moeten danken dat Hij ons Harry Evers gegeven heeft".

Woorden van Kors van Loon, schrijver van het boek "Verzet in en om Dordrecht ".

Kort na de bevrijding verschijnt in Dordrecht een pamflet van de illegale werker, Max van Pelt, schuilnaam 'Maarten op de Staart', leider van de ondergrondse beweging, de 17de divisie, met de volgende inhoud:

TOT HIERTOE EN NIET VERDER

De vroegere moffenknecht-jodenvervolger Harry Evers, Herradestraat 40 te Dordrecht (adres mei 1945), verschuilt zich met grote brutaliteit en geheel ten onrechte achter mijn naam. Het heet dat hij indertijd op mijn bevel dienst zou hebben genomen bij de zogenaamde Politieke Politie te Dordrecht. Niets is evenwel minder waar.

Maar steunend op dit leugenachtig verzinsel, wist genoemde collaborateur er bij verassing zelfs in te slagen zich schoon te praten.

Echter, ik wil onder geen enkele voorwaarde tot zulk eerherstel bijdragen, en daarom ter voorkoming van vergissingen, voorlopig deze ene brief...

Het pamflet sloeg in als een bom. Evers had als zijn verdediging aangevoerd dat hij op bevel van Max van Pelt bij de Politieke Politie was gegaan. Harry Evers, die de Dordtenaren in de bezettingsjaren als een meedogenloze jodenhaler en een onvermoeibare jager op onderduikers hadden leren kennen, liep na de bevrijding vrij rond en bleek door de zelfverklaarde grootheden van het verzet, Kors van Loon, Piet Kooiman en Gerard van Twist liefdevol in hun midden te zijn opgenomen. Evers kreeg op hun voorspraak de hoogste functie o.a. bij het BNV (nu AIVD) en de Politieke Opsporingsdienst te Dordrecht. Hij begon met hetzelfde enthousiasme als waarmee hij tijdens de bezetting Joden en onderduikers oppakte verdachte Dordtenaren, waaronder zijn gewezen collega's van de Politieke Politie, Arie den Breejen, Herman Wolsink en Johann Vink te arresteren.

Zonder pardon, vaak op vage vermoedens stroomde de Benthien-kazerne aan de Buitenwalenvest en het Huis van Bewaring aan de Doelstraat vol met schuldige en onschuldige Dordtenaren. Verzetlieden van het laatste uur, die zich in september 1944 hadden aangesloten bij de Binnenlandse Strijdkrachten brachten het bonafide verzet vaak in diskrediet door met hun stenguns door de Dordtse straten te paraderen en het met het nodige geweld ophalen van echte of vermeende landverraders. Tevens traden zij op als bewakers in de Benthienkazerne.

Ook een aantal verzetsmensen die iets tegen Evers hadden werden opgepakt. De schrijver van het pamflet, de meermaals gedecoreerde oorlogs en verzetsheld Max van Pelt werd beschuldigd een Duitse zender in bezit te hebben. Ook hij werd slachtoffer van de arrestatiedrift van Evers en de zelfverklaarde "verzetsleiding".

Toen bij een inval in zijn ouderlijk huis aan de IJsselstraat 12 bleek dat van Pelt niet thuis was, werden zijn ouders geïntimideerd en zijn vader ernstig mishandeld. Zonder enige vorm van proces werd van Pelt gearresteerd en overgebracht naar Fort Blauwkapel en vervolgens naar de Scheveningse strafgevangenis waar hij temidden van SD-ers en andere oorlogsmisdadigers een half jaar geïnterneerd zat. De Engelse geheime dienst wilde hem meteen vrijlaten, maar de Dordtse autoriteiten hielden dit meer dan een half jaar tegen. Zonder enige verklaring werd hij vrijgelaten.

Een Joods lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, Simon Levisson werd gearresteerd omdat hij in een brief aan zijn commandant een aanklacht tegen Evers had ingediend. Evers was zijn ouders komen vertellen dat zij zich gereed moesten maken om te worden weggevoerd. Op 12 november 1942 kwamen Evers en de beruchte N.S.B. baas van de Politieke Politie Lukassen met een ziekenauto naar de Elfhuizen waar het hoogbejaarde en ziekelijke echtpaar woonde om deze mensen mee te nemen. Simon's vrouw vroeg aan Evers of hij het niet verschrikkelijk vond om zulke mensen mee te nemen. "Tja, ik ben er ook maar voor aangewezen" was Evers antwoord.

In juli 1945 werd Simon Levisson door Evers op zijn kantoor van de P.O.D. ontboden om er ontwapend en gearresteerd te worden. Hij werd in eerste instantie in de Benthienkazerne opgesloten en later overgebracht naar het Huis van Bewaring in de Doelstraat. Zonder ook maar te zijn verhoord werd hij na zestien dagen vrijgelaten.

De top van het voormalig verzet keek toe zonder te protesteren. Niet alle verzetsmensen wilden lijdzaam toezien hoe een beruchte SD-agent de lakens uitdeelde. Evers, die wist dat er een grote kans bestond om na de bevrijding te worden neergeschoten liep met verscheidene pistolen, dolken en zelfs handgranaten op zak om zich te verdedigen. Toen er verzetsstrijders besloten om Evers te liquideren kregen die van hun respectievelijke commandanten het bevel Evers ongemoeid te laten en "Hem met hun leven te beschermen". Het pamflet had echter zijn werk gedaan.

Een storm van ingezonden brieven tegen Evers verscheen in de weer verschijnende Dordtse dagbladen. De mannen van het eerste uur van de groep Beinema kwamen terug naar Dordrecht van hun onderduikadressen, gevangenissen of kampen om met ontsteltenis kennis te nemen dat de gevreesde Harry Evers een topfiguur in het verzet was geweest en hoofd van de Politieke Opsporingsdienst was geworden.

Beinema, de grote man en de grondlegger van de Dordtse Landelijke Hulp voor Onderduikers, kortweg de L.O., werd op 18 april 1944 gearresteerd. Bij deze arrestatie speelde Evers een bedenkelijke rol. Enkele van Beinema's medewerkers werden gearresteerd en de rest dook onder.

Een van hen, G.J. (Bob) de Vries heeft de rol die Evers speelde bij de arrestatie van Beinema onderzocht en kwam tot de conclusie dat Evers de schuldige achter de arrestatie was en dat hij ook van plan was om de verzetsgroep van Beinema in zijn geheel op te rollen. Max van Pelt had een invloedrijke medestander gekregen!

De publieke opinie was niet meer te negeren zodat besloten werd de rol van Evers tijdens te bezetting te laten onderzoeken door een driemanschap, waarin zitting hadden de Dordtse advocaten mr. Jan Willem Gratema, Mr. Lodewijk Salomonson en Mr. Hugo Heuvelink. Dit driemanschap werd in Dordrecht bekend onder de naam ''De Commissie Gratema ''.

Waren de getuigen pro Evers dan kregen die alle lof. Evers' tegenstanders werden afgeschilderd als personen die zich belangrijker voordeden dan ze tijdens de bezetting waren. De Commissie schroomde dan ook niet een verklaring van een getuige ongevraagd van een voetnoot te voorzien.

Het betreft een getuigenverklaring van de moeder van Carolus Theodorus Tielenburg die in Duitsland was tewerkgesteld, ontvluchtte en bij zijn moeder onderdook. Daar werd hij gearresteerd en door Evers en een Duitser op het Politiebureau verhoord. Toen hij weigerde te vertellen van wie hij zijn levensmiddelenkaart kreeg had Evers hem in zijn gezicht geslagen.

Mr. Heuvelink schreef vervolgens onder de verklaring:

"Het is mij, ondergetekende, Mr. H.Heuvelink, uit een strafzaak bekend, dat de betrokken Carolus Theodorus Tielenburg een fantast is, aan wiens mededelingen weinig waarde kan worden gehecht.

w.g. Heuvelink."

De Commissie was op 1 augustus 1945 zijn taak begonnen, om op 10 augustus 1945, na het horen van 27 getuigen, al met een eindoordeel te komen:

Conclusie der Commissie.

De aan de Commissie voorgelegde vraag of de gedragingen van Evers tijdens zijn dienst bij de Politieke Politie, gelet op het vaststaande feit, dat zijn optreden toen dikwijls zodanig is geweest, dat hij in de ogen van het publiek als een handlager van de Duitschers moest worden aangemerkt, niettemin, gezien zijn daaraan tegenovergesteld werk voor de Ondergrondse beweging, zodanig zijn geweest, dat hij geacht moet worden gedurende die gehele tijd de vaderlandsche zaak te hebben gediend, wordt door de Commissie volmondig bevestigend beantwoord; mitsdien kan aan Evers naar het oordeel van de Commissie zonder enig bezwaar een plaats bij de politie worden toevertrouwd.

Dordrecht 10 augustus 1945.

De ingezonden brieven in de kranten bleven protesteren tegen deze gang van zaken en uiteindelijk ging ook het voormalig verzet overstag en drong aan op een gerechtelijk onderzoek. Inmiddels was Evers in een poging de gemoederen te bedaren door het Militair Gezag uit Dordrecht overgeplaatst naar het Bureau Nationale Veiligheid in Scheveningen om vervolgens de leiding van het bureau Utrecht te krijgen. Dat de groep rond Kooiman en van Loon vertrouwen had in de goede afloop voor Evers blijkt wel uit het feit dat zij de kosten van zijn proces voor hun rekening namen . In december 1945 werd Evers uit zijn functie ontheven en werd hij op 14 februari 1946 gearresteerd. Zijn rechtszaak zou bijna 4 jaar in beslag nemen!

In 1947 verschijnt tijdens Evers detentie het boek, " Verzet in en om Dordrecht" van de voormalige leider van het verzet Kors van Loon.

Het boek beoogde de officiële verzetsgeschiedenis van Dordrecht te beschrijven.

Van Loon beschrijft in een hoofdstuk het nut contact te hebben met de Sicherheitsdienst, (S.D.) de Geheime Feld Polizei en de Feldgendarmerie.

" Voor deze verbinding beschikten we over Herman, die op ongelooflijk sluwe manier zich bij de Duitsers heeft weten in te werken, zich voor deed als hunner een, met hen samenwerkte, om hen temeer afbreuk te kunnen doen".... hij (Herman) deed dat op zulk een wijze, dat iedereen hem voor de meest gemene en gevaarlijke S.D.-agent uit de stad hield.

Dat was dan ook de bedoeling!

Van Loon beschrijft hier de rol van de Harry Evers. Deze had zich als S.D. agent in de Top van het verzet gewerkt. Echter... pas na de invasie van 6 juni 1944!

Dat hij de gemeenste en gevaarlijkste S.D.-agent uit de stad was hebben de Dordtenaren gemerkt! Hij werd beschuldigd van meer dan 250 arrestaties van Joden, onderduikers en verzetsmensen, waaronder Beinema. Velen van hen vonden de dood.

Bronnen, noten en/of referenties:

Sytze van der Zee, "Vogelvrij, de jacht op de joodse onderduiker", De Bezige Bij, Amsterdam, 2009, ISBN 978-90-234-4988-1

G.J. de Vries, "De balans van Verzet in en om Dordt", De Bengel, Dordrecht, 1982

Kors van Loon, "Verzet in en om Dordt", 1947

Strafdossier Evers, Hendricus (Harry) Maria, geb. 20-5-1918 te Tilburg, CABR: BRvC 735/48 inv.nr. 748 I-VI, PolZuiv: inv.nr. 1906

Dossier Harry Evers, verrader of verzetsstrijder? Uit: Pamflet (huis aan huis) 14 juli 1945 door Max van Pelt; Vrije Pers, 18 juli 1945 door P. Bakker; De Nederlandsche Gedachte, 21 juli 1945; Het Parool, 21 juli 1945 en 20 aug. 1945; De Vrije Pers, 22 aug. 1945 door W. Hendrikse; Het Parool, 22 aug. 1945 door majoor Houtzager; De Dordtenaar, 17 mei 1949. Harry Evers door M.leentvaar (2012)

2012 K.Robbemond en M.Leentvaar

© www.verzetinenomdordrecht.nl

Verklaring groep Beinema

Naar aanleiding van enige opmerkingen van de verdediger van de SD-agent H.M.Evers tijdens de zitting van de bijzondere raad van cassatie, verklaren ondergetekenden, alle oud illegale werkers van voor september 1944, nooit bemerkt te hebben, dat H.M. Evers de bonafide illegaliteit steunde. Bovendien verklaren zij, dat "het betalen van de kosten van de verdediging door de illegaliteit" zonder hun medeweten en zeker zonder hun instemming geschied is.

Namens enkele oud illegale werkers,

H.Beinema

F.Hofstede

P.Tims

G.J. de Vries

Bron: Document collectie familie Beinema

Van Pelt in gevaar gebracht.

In de stukken in het Nationaal Archief is te lezen dat de groep rond P.L.Kooiman en K.van Loon uit de gereformeerde Wilhelminakerk van Pelt opzettelijk vals beschuldigden van spionage voor de Duitsers. Dit terwijl hij er met hun instemming infiltreerde. Om die reden had hij een zender in huis en dit werd later tegen hem gebruikt. Dit bracht hem in levensgevaar.

Van Pelt liep de verzetsleiding in de weg omdat hij een door hen beschermde oorlogsmisdadiger voor de rechter wilde brengen.

Door deze valse beschuldiging werd zijn oude vader zwaar mishandeld door de Engelse geheime dienst. Diezelfde geheime dienst zag al snel dat deze zaak niet klopte en zij wilden van Pelt en zijn vrienden meteen vrijlaten, tevergeefs. Van Pelt werd meer dan een half jaar zonder aanklacht of verhoor vastgehouden in een gevangenis vol oorlogsmisdadigers en collaborateurs.

Ook werd hij door de groep Kooiman en van Loon valselijk beschuldigd van opruiing en financiele malversaties. Dit alles om de SD agent Harry Evers uit de wind te houden (zie collaboratie).

Van Pelt kon alle inkomsten en uitgaven tot op de laatste cent verantwoorden. Ondertussen was Max zwaar getekend door de ontberingen en vernederingen die hij als verzetsman moest doorstaan tijdens zijn onterechte detentie.

Deze voortdurende valse beschuldigingen achtervolgden hem tot zijn dood. Dit alles ondanks vrijspraak en decoratie met het verzetsherdenkingskruis in 1984. Toen zijn weduwe zijn archief aan het door Kooiman opgerichte museum 1940-1945 wilde schenken werd dit geweigerd.

Werwolf agenten In Dordrecht

Tot nu toe was het een groot mysterie uit het boek van Kors van Loon. Het Dordtse "verzetsboek" dat rept over de mysterieuze Weerwolf operatie. De afloop van dit intrigerende spionageverhaal was van Loon niet bekend.

In Dordrecht was de Duitse "Weerwolf" stay-behind organisatie actief, echter door verzetsman van Pelt geinfiltreerd. Dit alles geschiedde met instemming van Pieter Leendert Kooiman, districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Weerwolven opereerden slechts in groepen van 3 a 4 personen. Zij zouden via hun eigen zenders instructies ontvangen of door middel van stay-behind agenten.

Hun opdracht was zoveel mogelijk leden van de bezettende geallieerde macht te vermoorden en in de door de geallieerden bezette gebieden, gebouwen op te blazen. Leden van de weerwolf zouden veelal zijn aangeworven uit de kringen van de Gestapo, SD en SS.

Harry Evers en Tom De Burger

Volgens het boek van Kors van Loon kwam er in maart 1945 ene Tom De Burger uit Amsterdam aan het hoofdbureau van politie aan de Groenmarkt in Dordrecht. Hij werd door oorlogsmisdadiger Harry Evers, op dat moment adjudant-korpschef, ontvangen. De Duitse geheim agent en "Funker", De Burger vroeg Evers om lid te worden van de Weerwolforganisatie. Evers wist dat hij op de nominatie stond om te worden geliquideerd door enkele wraaklustige verzetsstrijders en bracht De Burger in contact met van Pelt. Van Pelt nam onmiddelijk contact op met de leiding van de Dordtse illegaliteit en infiltreerde de operatie. Aanvankelijk wist Van Pelt niet dat Evers (als SD agent) al langer met Kooiman samenwerkte.

Van Pelt had "absolute geheimhouding" als voorwaarde gesteld voor samenwerking met Kooiman. Kooiman brak zijn belofte van geheimhouding en stuurde Bob Seyn (ID-BS) en later enige anderen naar van Pelt om de zender te bezichtigen. Aangezien er door het breken van de belofte een onaanvaardbaar hoog veiligheidsrisico was ontstaan voor van Pelt, besloot deze alleen nog maar verslag uit te brengen aan de hoogste autoriteiten o.a. de Nederlandse en geallieerde inlichtingendiensten. Onder andere bij het bureau nationale veiligheid (AIVD) legde van Pelt zijn verklaring af.

Hier volgt een uittreksel van een van zijn verklaringen aan de Engelse geheime dienst, de Field Security.

Dienststelle Marine Abwehr Kommando 60

"In maart 1945 kwam van Pelt in contact met de Duitse geheime dienst. Hij werd door de Duitse dienst naar Amsterdam gebracht en kreeg daar een w/t (zend/ontvangst) training van 3 weken in morse zenden en coderen/decoderen bij de Dienststelle van het Marine Abwehr Kommando (MAK60 of M60) aan de Paulus Potterstraat in Amsterdam. De Dienststelle was gevestigd in een pand dat had toebehoord aan een joodse bankier.

Toen kreeg hij opdracht:

a. In Nederland te blijven en als er weer stroom zou zijn contact te zoeken met zijn zender op de voorgeschreven golflengten;

b. Na een half jaar of een jaar door middel van zijn oom (?)

een baantje als verkoper te zoeken, waarop hij een permit zou krijgen om naar Duitsland te reizen. Daar moest hij contact opnemen met zijn opdrachtgevers in een dorpje ten oosten van Stuttgart en Rana ten zuiden van Berlijn of met een contactpersoon woonachtig te Meppen bij Coevorden.

c. Contact te zoeken met pro-Duitse elementen in Nederland en deze mensen zover te zien krijgen, dat ze inlichtingen verstrekten over allerlei toestanden in Nederland. Wanneer de groep van inlichtingen verstrekkende mensen groot genoeg zou zijn, moest hij zich wenden tot een contactpersoon, hem zijn zendapparaat overhandigen en vanaf dat moment alle inlichtingen, die hij zelf kon verzamelen, aan hem doorgeven ter uitzending.

In Amsterdam werd Van Pelt voorgesteld aan de Dienststelle leider van het Marine Abwehr kommando, Kapt.Lt.Rahm(?) In een gesprek met hem, kwam hij het volgende te weten: ...(?) was de bevelhebber over deze weerwolforganisatie in het westen en ontving toen zijn orders rechtstreeks van het hoofdkwartier.

Leiding Binnenlandse Strijdkrachten

Ondanks dat van Pelt met toestemming van Kooiman (Paul) bij de Duitse geheime dienst infiltreerde, werd hij kort na de bevrijding gearresteerd. Aan de PRA legde hij de volgende verklaring af, die werd bevestigd door Piet Kooiman (Paul) en zijn medewerkers.

"Ik werd op 13 mei 1945 door Verspuij gearresteerd en deze deelde mij mee, dat mijn gevangenhouding zou voortduren indien ik hem de mij in bezit zijnde zender niet wilde afstaan. Verspuij deed een en ander in samenwerking met de heren Van Ham, Meeldijk en Harry Evers (allen BS'ers). Daar ik voelde dat de genoemde heren met andermans veren wilden pronken en ik aan hun eerlijkheid ernstig twijfelde , heb ik er in toegestemd de zender aan hen uit te leveren. Ik voelde mij ten zeerste door Pieter Leendert Kooiman (Paul) bedrogen. Gedurende het betrokken onderhoud met Verspuij, Van Ham en Meeldijk, was Evers buiten mijn weten in een kast verborgen, waardoor hij al wat besproken werd, kon aanhoren".

"Soldaat van Oranje"

Kort na de bevrijding kreeg van Pelt toestemming van het Militair Gezag om af te reizen naar Breda en Apeldoorn om daar verslag te doen bij de Nederlandse geheime dienst van zijn infiltratie in de weerwolforganisatie. Hij sprak er met overste Derksema, die de zaak zeer belangrijk vond, maar Van Pelt adviseerde de zaak nog even te laten rusten. Via Erik Hazelhof-Roelfzema, "de soldaat van oranje" kwam hij in contact met kapitein van Buuren en kolonel Gerritsen van de Nederlandse geheime dienst. Zij hebben de zaak toen verder overgenomen.

In verband met de staatsveiligheid en de wet inlichtingen en veiligheidsdiensten worden namen van betrokkenen niet vrijgegeven. Waar mogelijk hebben wij enkele namen zelf toegevoegd.

Sergeant-Majoor Max van Pelt als instructeur bij het Korps Commandotroepen.