Vergeten Dordtse oorlogsheld die Epe bevrijdde duikt op in boek over Nederlandse SAS elitetroepen 
Vul een subtitel in

Johan de Stoppelaar Blijdesteijn

In 2015 verscheen een verhaal van Arie Noot die vertelde als Nederlander bij de Engelse Special Air Service (SAS) te hebben gediend. De SAS was gespecialiseerd in risicovolle operaties achter de vijandelijke linies. Meer dan een enkel hoofdstuk was er niet aan de SAS gewijd in de Nederlandse militair historische geschiedschrijving en er was geen compleet beeld.

Het verhaal van Noot kwam ook twee onderzoekers en auteurs ter ore. Rende van de Kamp en Jeoffrey van Woensel besloten het uit te gaan zoeken en vast te leggen.

Op 8 december 1944 werden 26 mannen naar Engeland gestuurd om daar de SAS opleiding te ontvangen
De mannen die slaagden voor de opleiding zouden diverse operaties uit gaan voeren waarvan operatie Keystone de belangrijkste was. Operatie Keystone had tot doel diverse bruggen op en rond de Veluwe veilig te stellen en in samenwerking met de ondergrondse acties uit te voeren.

Als secondary target kregen de mannen de opmerkelijke order om rijkscommissaris Seys Inquart te doden of gevangen te nemen. Dat lukte niet want hij bevond zich niet in het operatiegebied

Het boek gaat ook in op de Nederlandse Inlichtingendiensten en verzetsgroepen tijdens de Duitse bezetting. De Nederlandse SAS mannen behoorden officieel tot het Bureau Bijzondere Opdrachten. Dit was een geheime dienst die zich bezig hield met sabotage en samenwerking met het gewapend verzet in Nederland.

Een van de SAS militairen was Dordtenaar Johan de Stoppelaar Blijdesteijn. Hij studeerde bouwkunde in Delft en werd in 1937 opgeroepen als dienstplichtige. Hij werd uiteindelijk vaandrig bij het 2e regiment wielrijders. Hij studeerde af in 1943 en werkte bij Philips in Eindhoven en daar besloot hij onder te duiken en verzetswerk te gaan doen. Hij ging door de linies heen naar Belgie en meldde zich bij de Engelse Field Security waar hij werd aangesteld als tolk en expert. Op 17 december 1944 vertrok hij met de andere SAS geselecteerden naar Engeland voor de training. Hij zou tijdens operatie keystone worden bevorderd tot Eerste Luitenant.

De Stoppelaar Blijdesteijn bevrijdde op 17 april 1945 met zijn mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten (ondergrondse) Epe. De Duitsers hadden het dorp verlaten. Om het gebied veilig te stellen vroeg hij versterking aan bij het Canadese hoofdkwartier. Zijn bericht van 17 april luidde "Met de hulp van het plaatselijke verzet in Epe heb ik de stad bevrijd en 30 krijgsgevangenen gemaakt waaronder 1 officier. Ben bang voor aanval van de vijand die nu in het gebied van Nunspeet-Epe is. Is het mogelijk me hulp te sturen ? " Dit verzoek werd niet gehonoreerd. Op 18 april verschenen Canadese troepen. Van de Kamp en van Woensel hebben door hun onderzoek een stukje Epense geschiedenis kunnen rechtzetten. Door het ontkennende telegram van de Canadezen dachten de Epenaren jarenlang door de Canadezen bevrijd te zijn.

In september 1945 vertrok hij naar Nederlands-Indiƫ, waar hij werkte voor de SOE. Deze Engelse geheime dienst zou met haar Nederlandse tak de Japanners gaan bestrijden. Op 26 februari 1946 werd hij in Engeland teruggeplaatst bij de Nederlandse troepen. Als reserve-officier bleef hij nauw betrokken bij Defensie. Hij werd uiteindelijk majoor.

Na de oorlog werd hij directeur van een houthandel in Rotterdam en ging later weer bij Philips werken. Ook was De Stoppelaar Blijdesteijn voorzitter van de Sociaal Economische Raad. Hij is overleden op 15 november 2001.

Het onderzoek van Rende van de Kamp en Jeoffrey van Woensel is een grote aanwinst voor de Nederlandse militair historische geschiedschrijving en een bron van informatie op vele gebieden. Het toevoegen van alle informatie over inlichtingen- en veiligheidsdiensten en militaire onderdelen maakt het boek nog meer tot een bijzonder waardevol naslagwerk en een prima aanvulling op het eerder verschenen boek over de Amerikaanse operatie Jedburgh van Jelle Hooiveld

Rende van de Kamp maakte deel uit van de eerste lichting Unifil-militairen in Libanon en diende jarenlang in buitenlandse legers. In 2006 verscheen zijn autobiografie "'Onder vreemde vlag" en in 2009 en 2012 de twee delen van "Soldaat voor een ander, Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Hij schreef in 2014 "Geen mannen, maar duivels" over Nederlanders in het Franse vreemdelingenlegioen waar hij zelf in diende.

Jeoffrey van Woensel is historicus en auteur op het gebied van militair historische onderwerpen. Tevens mag men van Woensel beschouwen als een autoriteit op het gebied van (historische) kennis op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Maarten-Jan Leentvaar (maart 2018)